Volkstuin van Bemar

Daglelie

daglelieDe Hemerocallis wordt in onze volksmond ook wel daglelie genoemd.
Deze vaste plant heeft geen bol of rhizoom zoals een gewone lelie, maar een zeer grof wortelgestel,en groeit in een vaste kluit. De bladeren komen uit de kroon en lijken op brede grasbladeren.De naam Hemerocallis komt van de Griekse woorden hemera, wat ‘dag’, kallos wat ‘schoonheid’ betekend. Dus schoonheid voor één dag. Linnaeus heeft deze plant de naam Hemerocallis in de 18e eeuw gegeven en bij de Liliaceae (leliefamilie) ondergebracht, samen met de hosta’s, vuurpijlen en aloë’s en echte (bol)lelies. In de moderne classificering heeft de Hemerocallis een eigen familie, de Hemerocallidaceae

Daglelies worden al duizenden jaren gekweekt. Oorspronkelijk komt de plant uit Azië. Ze kwamen daar al voor sinds 550 jaar v.Chr. Vroeger werden ze als voedsel gekweekt en als medicijn. De Chinese naam voor Hemerocallis Fulva is ‘hsuan-soa’ wat betekend ‘de struik die doet vergeten’. Deze naam verwijst naar de kalmerende eigenschappen. De jonge en gekookte scheuten werden vaak gegeven aan mensen in de rouw.

De daglelies kwamen naar Europa via de handelroutes. Waarschijnlijk eerst via Hongarije, Portugal en Italië. Samen met pioenen en seringen behoorden de daglelies tot de weinige sierplanten die de vroege kolonisten meenamen naar Amerika, Europa en in hun tuinen planten.