Volkstuin van Bemar

Laurier

  • Laurier

Wetenswaardigheden over de plant

Laurier is afkomstig uit het Midden Oosten rondom het gebied van de Eufraat en de Tigris (momenteel Iran en Irak).

De Grieken brachten het, tijdens hun veroveringstochten, van het Perzische rijk naar het Griekse vaste land mee. De laurier was voor hen het symbool van wijsheid en glorie. Tijdens hun olympische spelen kregen de winnaars een krans gemaakt van lauriertakken als geschenk en teken van hun overwinning (lauwerenkrans)

Later werd de laurier verspreid via de landen rond de Middellandse Zee en ten tijde van het Romeinse keizerrijk werden keizers en zegevierende veldheren gekroond met een laurierkrans.

In de 17°eeuw heeft de laurier hier zijn intrede gedaan en rondom de 19°eeuw begon men in de streek van Brugge met de teelt van deze plant, momenteel zijn er daar  nog veel laurierbedrijven.

De laurier is een houtachtige en groenblijvende struik die tweehuizig is: de mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke planten.

Oudere planten geven zwarte bessen met slechts één zaadje. De bladeren die lederachtig en glanzend aanvoelen geven bij het wrijven de typische aromatische geur af. Behalve voor het gebruik in de keuken wordt de plant gebruikt als versiering (kegel – bolvorm, gedraaide stammen …) en worden de bladeren  verwerkt in kransen, guirlandes, bladapplicaties en zelfs als een bestanddeel van potpourri.

De laurier wordt soms wel eens verward met de groenblijvende en giftige haagplant Prunus laurocerasus (laurierkers, paplaurier) die  groter is van blad maar geen verwantschap heeft met  laurier.

Standplaats

Tijdens de zomer staan de laurierboompjes die meestal in kuipen gekweekt worden best op een zonnige standplaats. Sommige exemplaren (meestal oudere) gedijen in volle grond hoewel laurier eigenlijk niet volledig winterhard is. Vooral in de kuststreek en in stadstuinen (mits voldoende beschutting) kunnen ze temperaturen tot -5°C verdragen. Toch laat men ze best binnen in kuipen overwinteren.

Zolang het niet gaat vriezen, mag hij buiten blijven staan, wil u echter geen risico nemen, plaats hem dan op een koele, vorstvrije plaats (veel licht hoeft niet), geef om de 5 weken wat water en zorg er vooral voor dat de potkluit niet uitdroogt.

schildluis bij de laurier

roetdauwschimmel op laurier

Een te warme overwintering werkt schildluisaantasting in de hand. De schildluizen produceren bij het aantasten van de planten de kleverige en zoete honingdauw, deze wordt op zijn beurt aangetast door de roetdauwschimmel die de bladeren zwaar bevuilt. Om de schildluizen en het vuil te verwijderen kan men de bladeren een voor een bovenaan maar vooral onderaan afborstelen met water en detergent. Na de behandeling de plant flink afsproeien.

Laurier is een sterke plant die zelden aangetast wordt door ziekten of insecten.

In mei mag men hem gerust buiten zetten, laat hem echter langzaam wennen aan het zonlicht indien hij uit een donkere overwinteringplaats komt (tegen verbranding).

Als het warm is dagelijks water geven, niet teveel = even slecht als te weinig !

Grond: goed organisch bemeste potgrond die een pH heeft van 6,5 – 7 en wat klei bevat. Zorg voor goede drainage in de pot.

Bemesting : traag werkende organische meststoffen die weinig zouten bevatten en die het best in het voorjaar toegediend worden. Ook traag werkende osmocote-pillen zijn een goed alternatief.

Opkweek

Vermeerdering :
De meest gebruikte vermeerderingswijze is het nemen van stekken. Dit gebeurt in september (we spreken hier van zomerstekken) door kruidachtige kopstekken van +10 cm te nemen. We steken de stekken in een mengsel van turf en rijnzand (3/2) en zetten het gedurende de inwortelperiode onder dubbel plastiek of gaatjesplastiek met eventuele bodemverwarming. Na het inwortelen worden de stekken in een voedzame, doorlaatbare en humusrijke grond opgepot. Dit laatste is niet zo eenvoudig en  het resultaat kan  soms tegenvallen.

Een andere methode met meer slaagkans bestaat uit het wegsnijden van wortelscheuten met wortels aan, die men  oppot en verder opkweekt. Meestal kan dit enkel met oudere exemplaren.

Laurier verpotten: gebeurt op het einde van de rustperiode (feb–maart). Gebruik hier degelijke potgrond met klei. Deze grond spoelt door de aanwezigheid van klei minder vlug uit, houdt het water langer vast,  geeft vooral steun aan de wortels en verhoogt het gewicht in de pot zodat hij beter bestand is tegen wind. Laurier in grote potten hoeft maar om de 5 jaar verpot te worden, zorg er bij het verpotten voor dat de wortels zo weinig mogelijk beschadigd worden en verpot nooit in een te grote pot.

Laurier snoeien: Laurier snoeien gebeurt vooral om de planten in een passende vorm te knippen. Het snoeien gebeurt tijdens de rustperiode (november – maart). Zorg bij het insnoeien dat men de bladeren niet insnoeit maar wel de takken ertussen. Van het snoeihout kan men de blaadjes gebruiken – vers of droog- in allerhande gerechten.

Gebruik in de keuken
Laurier is een echte smaakmaker, in geen overdreven grote hoeveelheden, maar subtiel gebruikt geeft hij smaak aan wortel- en andere stampotten, zuurkool, stoofpotjes (Vlaamse karbonaden, konijn, ragout), ook in groentesoepen en rijstschotels is laurier niet weg te denken. Ook met visgerechten vormt hij een perfect geheel.

Laurier maakt ook deel uit van het “bouquet garni” (kruidentuiltje) = 2 takjes peterselie ,1 takje tijm en 1 laurierblad). Een laurierblad meekoken in melk als extra smaakmaker in cake en rijstpudding.

Laurierblaadjes kunnen zowel vers als gedroogd gebruikt worden. Gedroogde bladeren smaken minder bitter dan verse, verse zijn wel aromatischer. Ze mogen meekoken, hoe langer de blaadjes meekoken des te kruidiger de smaak. 

Laurier in topvorm

  • Plant laurier in goede potgrond. Potgrond die neutraal tot lichtzuur is en wat klei bevat is ideaal.
  • Zorg voor een goede drainage door onderaan in de pot een laag potscherven of kleikorrels te leggen.
  • Laurier is in ons klimaat niet winterhard. De potten moeten dus ’s winters verhuizen naar een koele, vorstvrije ruimte. Wacht hiermee tot eind oktober-begin november. Geef in de winter slechts af en toe water. De plant mag vrij droog staan maar de kluit mag niet uitdrogen.
  • Vanaf mei mag de plant terug naar buiten. Zet hem op een lichte plaats uit de wind en geef hem af en toe een traagwerkende meststof.
  • Geef regelmatig water zodat de kluit nooit uitdroogt. In warme periodes dagelijks gieten.
  • Snoeien doet u best tussen november en maart, en een tweede keer eind juni. Zo blijven de planten mooier in model. Gebruik een scherpe schaar en knip de twijgen door tussen de blaadjes.
  • Om de drie à vier jaar moet de laurier verpot worden. Laat de wortels intact en gebruik telkens een iets grotere pot.

bron:tuinadvies.nl  https://www.tuinadvies.nl/artikels/laurier_laurus_nobilis