Volkstuin van Bemar

Olijfboom

De olijfboom komt van oudsher voor in de landen rondom de Middellandse Zee en Klein-Azië. Om eetbare olijven te krijgen zijn 2 verschillende rassen nodig, of een zelfbestuivend exemplaar.

Het kan 5 jaar of langer duren voordat de bomen vrucht dragen. Olijfbomen groeien langzaam, en maken lange wortels. Ze kunnen zeer oud worden, en krijgen dan vaak een holle stam.

Verzorging van de Olea europea

De olijfboom is groenblijvend, kan goed tegen droogte en houdt erg van milde winters en warme zomers. Hij kan niet goed tegen vorst, en kan daarom het beste als kuipplant gehouden worden.
De plant groeit prima in gewone potgrond, waar af en toe wat kalk bij gegeven wordt. Hij kan tijdens het groeiseizoen bemest worden met een langzaam werkende kunstmest. Onder in de pot kan een mix van kleikorrels en compost doorgewerkt worden. De grond wordt daardoor luchtiger en overtollig water kan weg. Een laag potscherven of kleikorrels onder in de pot is in ieder geval onontbeerlijk. De grond mag niet uitdrogen, maar mag ook beslist niet te nat zijn. Vertoont de plant omkrullende bladeren dan wijst dat op te natte potgrond. Staat hij langdurig te nat dan kunnen de wortels gaan rotten. Om de drie à vijf jaar wil hij graag een keer verpot worden. Wordt hij in een iets grotere pot gezet, dan kan gelijk wat nieuwe grond toegevoegd worden, met wat klei of leem er doorheen gemengd. De plant wordt dan enkele centimeters lager teruggeplant in de nieuwe pot. Is het niet mogelijk om hem in een grotere pot te zetten, dan kan bij het verpotten heel voorzichtig de kluit iets verkleind worden, zodat toch een aanvulling met ‘verse’ grond mogelijk is.

Half mei, zodra de kans op nachtvorst over is, kan de olijfboom buiten neergezet worden. Zodra er eind oktober weer gevaar voor nachtvorst is, moet hij weer naar binnen. Ook in de wintermaanden mag de kluit niet helemaal uitdrogen. De olijfboom moet koel maar vorstvrij overwinteren (tussen de 2 en 10 graden Celsius is ideaal), en staat dan liefst niet te donker. Als de plant en de pot niet te nat zijn kan hij zelfs enige nachtvorst verdragen. Overwintert de hij in een normaal verwarmde kamer dan moet hij zeker op een lichte plek staan (liefst in de zon, bijvoorbeeld op het zuidwesten). Na een koele overwintering (ter bevordering van de knopvorming) heeft de olijfboom vroeg in het voorjaar zo´n zes uur per dag zon nodig om echt in bloei te komen. De bloemen verschijnen eind mei of begin juni Ze zijn klein, groenig wit van kleur en geuren. In lange, hete zomers kunnen ook in Nederland olijven rijp worden. Ze zijn eerst geel/groen, en worden later donkerbruin, paars of zwart. Zodra ze makkelijk loslaten van de boom zijn ze rijp.

In onze tuin staan de olijfbomen in de volle grond.Zodra er vorst voorspeld wordt, pakken we ze in.Wij hebben daar speciale hoezen voor gekocht bij het tuincentrum.Eerder stonden de bomen in grote potten,maar we konden ze niet meer binnen kwijt.Bi ons vorige appartement hadden we 2 grote potten staan met in ieder een olijfboom, dat balkon lag erg beschut en was overdekt.Daar was overwinteren buiten geen probleem.Nu hebben we een balkon in de volle wind, dus de olijfbomen verhuisden in de pot naar de volkstuin.Er was er 1 bij die niet tierde en vol dopluis zat.Ik had deze mee genomen toen mijn vader overleed.Ik heb hem afgelopen jaar in de volle grond gezet en hij is enorm gegroeid en geen luis meer te zien!Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is thumbnail_IMG_20181206_110605_resized_20181206_122318365.jpg

Hoe snoei ik een olijfboom?

Omdat hij zo langzaam groeit heeft de olijfboom weinig snoei nodig. Meestal beperkt de snoei zich tot het wat inkorten van uitstekende takken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren voordat hij eind oktober binnen gezet gaat worden. Aan de jonge takken die daarna gevormd worden komen het daarop volgende jaar weer nieuwe vruchten. Het voordeel van het af en toe innemen van de langere takken is dat er daarna weer vertakking optreedt, waardoor een dichtere boomkroon ontstaat. De takken die weer uit moeten gaan lopen kunnen dan tot een lengte van circa 20 cm teruggeknipt worden. Ongewenste takgroei, bijvoorbeeld op de stam, kan tot op de stam weggeknipt worden. De olijfboom kan ook geknot worden als een knotwilg, maar de kans bestaat dat hij in het daarop volgende seizoen weinig vruchten geeft.

Stekken van de olijfboom

Vermeerdering van de olijfboom gebeurt bij voorkeur via stekken of afleggen. Stekken kan met scheuten van circa 20 cm lang van eenjarige twijgen, of met een stek met een hieltje: dit is stukje van een oudere tak, met daaraan een jonge scheut. De stekken worden heel diep in de stekgrond gestoken. Alleen de bovenste bladknop blijft boven de grond uitsteken. Gebruik van stekpoeder bevordert de beworteling en gaat de ontwikkeling van schimmels tegen. Nadat de stekken enkele weken op een warme, lichte plaats hebben gestaan en vochtig gehouden zijn, hebben zich de eerste wortels en knoppen ontwikkeld en kunnen ze opgepot of geplant worden.

Ze kunnen ook door afleggen vermeerderd worden. Dan wordt een tak naar de grond gebogen en daar vastgezet, bijvoorbeeld met een steen. De ondergrond dient los te zijn, zodat de wortels er kunnen groeien. Een hoopje compost rond de te bewortelen plek bevordert de ontwikkeling van de wortels. Als de plek voldoende vochtig gehouden is hebben zich ook hier na enkele weken de eerste wortels ontwikkeld, en kan de tak losgeknipt en verplant worden. De derde en lastigste mogelijkheid is zaaien. De pit moet dan eerst een week voorgeweekt worden in water, waarna hij in de stekgrond gelegd kan worden.

Ziekten en plagen bij een olijfboom

Als een olijfboom goed verzorgd wordt heeft hij over het algemeen geen last van ziekten of plagen. Wel kan bladval optreden. Ook wintergroene heesters en bomen vernieuwen om de zoveel tijd hun blad. Het is dus niet abnormaal als de plant af en toe wat blad laat vallen. Treedt plotseling veel bladval op, dan is er iets niet in orde met de standplaats: te droog of te nat, of (vooral bij de overwintering) de plant staat te donker. Hetzelfde geldt voor het plotseling afvallen of verschrompelen van de vruchten als dit gebeurt voordat het groeiseizoen afgelopen is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: