Volkstuin van Bemar

Rabarber

Het thuisland van rabarber is in Centraal-Azië te situeren. Rond 1600 was zij in Engeland als groente bekend en tot vandaag zijn de Engelsen de grootste rabarbereters gebleven.
Van deze sierlijke, doorlevende plant eet je de dikke vlezige bladstelen, al dan niet gekookt of tot moes verwerkt. Als basisingrediënt voor jam, en vooral voor fruitwijn is rabarber gekend.

De massieve, zetmeelhoudende wortelstok – ook pol of bot genoemd – die wel 20 kg zwaar kan worden, is het winterharde, en dus overblijvende gedeelte van de plant. De grote bladeren met de dikke, rode bladstelen sterven elk jaar af. De grote bloemstengels die soms verschijnen, dragen een dikke pluim met kleine, witachtige bloempjes.

In onze tuin hebben wij twee rassen:

  • Red Champagne: Red champagne is een vroege soort, met rode stelen.Het blad is groen, in de winter verliest rabarber zijn blad.De plant kan plm 1 meter hoog worden. Oogst de stelen als ze jong zijn, anders verhouten ze en zijn ze niet zo lekker meer om bv compote van te maken.

  • Valentine M: dit is een oud ras.Het is een van de latere soorten, waardoor we de oogst kunnen spreiden in combinatie met de Red Champagne

Standplaats

De rabarberplant staat het liefst op een zonnige plek of in de halfschaduw. Regelmatig bijmesten is in het groeiseizoen aan te raden.

Vermeerderen

Rabarber kun je het makkelijkst vermeerderen door een stuk af te steken. Het beste doe je dit voor de winter. Na de winter slaan ze moeilijker aan en kun je in ieder geval dat jaar niet oogsten.

Bemesten

Tijdens de winter kun je de rabarberplanten bemesten met compost of stalmest, zorg er wel voor dat het hart van de plant vrij blijft. Ook zonder bemesting zullen de platen wel groeien, maar de opbrengst zal lager liggen. Tijdens het groeiseizoen kun je regelmatig bijmesten.

Oogsten

Snijd de stelen niet af: de stukjes steel die blijven zitten gaan gemakkelijk rotten. Je kunt de steel makkelijk aftrekken door hem onderaan vast te pakken, hem even naar buiten te buigen en hem dan met een licht draaiende beweging uit te trekken. Het blad snij je van de steel af.
In het eerste jaar oogst je weinig of niets, zodat de wortelstokken zich goed kunnen ontwikkelen. Het tweede jaar is een overgangsjaar en vanaf het derde jaar mag je volop oogsten. De oogst loopt van april tot eind juni. Oogst steeds de dikste stengels en laat altijd minstens drie bladeren staan zodat de plant kan doorgroeien. Begin juli stop je met oogsten om de plant nieuwe reserves te laten opbouwen. De stengels worden dan trouwens steeds dunner en taaier. Af en tot nog een stengel aftrekken kan natuurlijk geen kwaad. Bij de eerste vorst sterft al het loof af en wordt het het best opgeruimd.

Zelf vind ik de rabarber gekookt en dan wel koud, lekker.Van huis uit aten we het bv bij gebakken aardappelen of over de vla of Yoghurt. Vorig jaar heb ik aardbeien-rabarberjam gemaakt.

%d bloggers liken dit: