Volkstuin van Bemar

De eetbare moestuin: Fruitbomen en kleinfruit

Kleinfruit is een verzamelnaam voor allerlei fruitdragende struikachtigen. De groep kleinfruit bestaat uit verschillende bessenstruiken, bramen, frambozen, hazelaars en vijgen. De vruchten zijn over het algemeen vrij klein; vandaar de naam. Ook de afmetingen van de gewassen zijn kleiner dan die van een doorsnee fruitboom. Een aantal van deze planten is daarom ook geschikt voor kleinere tuinen of zelfs potten

  • Aardbei
  • Ananaskers
  • Aalbes:

De aalbes (of trosbes) is een bekende gast in menig moes- en achtertuin. De vaak rode bessen vormen zich aan trossen aan de middelhoge plant. Naast de rode aalbes is er ook een witte aalbes verkrijgbaar, en ook een roze aalbes. Deze laatste wordt taxonomisch tot de witte aalbes gerekend.

De aalbes komt oorspronkelijk uit west Europa en is dus voor ons een inheemse plant.

Oogsten

Je kunt aalbessen oogsten door eenvoudig de trossen van de takken af te knippen. Afbreken zorgt voor schade aan de plant dus gebruik altijd even een snoeischaartje. Je kan aalbessen prima invriezen, maar ingevroren vruchten zijn niet meer zo best decoratief te gebruiken, maar alleen nog in saus, sap of jam te verwerken. Als je de bessen goed wil houden is het het handigst om alleen te oogsten wat je die dag gaat eten.

Verzorgen

Snoei de aalbessenstruik in de winter (januari / februari) de takken weg die licht en lucht weg houden voor de overige takken, of takken die je in de weg vind zitten. Aalbessen groeien op de oudere takken, dus hoeveel nieuwe takjes je ook snoeit, er zal altijd iets te oogsten overblijven. Zorg er voor dat je maximaal 5 basistakken overhoudt aan de voet van de plant (de takken waar de plant op ‘staat’).

In de zomer dien je de struik ook wat te snoeien. Ergens rond april is het handigst. Je doet dit om te zorgen dat de bessen mooi en groot worden. Snoei nu de takken weg waar geen bloemetjes aan hangen of bladeren die het licht wegnemen op de takken met vruchten. Snoei niet teveel bladeren weg, deze zijn nodig voor de groei van je vruchten.

rode aalbes

 

 

  • Appelbomen:

Appels zijn in Nederland verkrijgbaar in vele soorten en maten. Een aantal bekende appelrassen in onze tuin zijn Elstar, Cox Orange pippin, James Grieve en Goudreinette. De eerste 4 rassen zijn bekende rassen en worden zo rauw gegeten. De laatste (officiele naam is Schone van Boskoop) is niet zonder voorbewerking te eten (niet lekker) maar wordt eigenlijk alleen gebruikt in producten waar appel verwerkt moet worden, bijvoorbeeld appelmoes en appeltaart Appel is inheems voor Nederland.

Oogsten

In de herfst vallen de appels die rijp zijn vanzelf van de boom. Je kan ook zelf de appels plukken, maar loopt dan de kans op een net iets de zure appel, die nog niet helemaal rijp was. Laat de appels altijd even narijpen op een droge donkere plek.

Verzorgen

In de winter snoei je de oude dikke takken weg. De takken waar bloemen op zaten laat je zitten.
In juni snoei je nog een keer. Vanwege de wintersnoei heeft de boom veel rechtomhoog groeiende takken gemaakt. Deze kan je het beste zo snel mogelijk wegsnoeien. Laat er wel een paar zitten, hier komen volgend jaar nieuwe bloemen aan.

In oktober/ november heeft de appelboom graag een beetje kalk. Zo worden de takken sterker, en de appels van het volgend seizoen langer houdbaar.

James Grieve appel

  • Blauwe bes
    Vaccinium corymbosum ‘Bluegold’

    Blauwe bessen zijn zeer gezond en nog lekkerder wanneer u ze uit eigen tuin kunt plukken. Met deze Vaccinium corymbosum ‘Bluegold’ kan dat. Deze blauwe bessenstruik is een cultivar van de uit Noord-Amerika afkomstige Vaccinium corymbosum. Niet te verwarren met de in Nederland en België inheemse bosbes (Vaccinium myrtillus). Ze zijn wel familie van elkaar. De blauwe bes bloeit in het vroege voorjaar met roomwitte bloemen die verschijnen aan overjarige scheuten. In de zomer ontwikkelen zich bessen die aanvankelijk een blauwgroene kleur hebben en tijdens de rijping blauw kleuren. De bessen zijn groter dan die van de bosbes.

    Deze Vaccinium corymbosum ‘Bluegold’ is een zelfbestuivend ras met een hoge productie. De pluk valt rond het begin van augustus maar dit is voor een deel afhankelijk van het weer en standplaats. In totaal kan de plant een hoogte bereiken van ongeveer één tot twee meter. De exacte hoogte is te sturen d.m.v. snoei. Ook vogels zijn dol op de rijpe vruchten dus het is zaak om ze op tijd te plukken.

    Snoei en Onderhoud:

    De blauwe bes groeit het beste op een zonnige standplaats. Belangrijk is de bodem; deze moet goed zuur zijn en goed in staat zijn om het vocht vast te houden. Dit kan worden bereikt door de plant in tuinturf te planten. Als u geen turf gebruikt bij het planten is de kans op een teleurstelling groot.

    Naast het planten in turf is het ook belangrijk om ieder jaar rondom de voet van de plant een laag turfstrooisel, eventueel in combinatie met gecomposteerde bladeren, aan te brengen. Dit noemen we mulchen. Snoeien kan het beste in de wintermaanden. Zorg voor een open struik zodat licht en lucht tot diep in de struik kan doordringen. Snoei kruisende takken dus weg.

  • Braam:

    De Rubus fruticosus ‘Chester Thornless’ is een erg fraai doornloos bramenras met grote zoete vruchten. De bramen zijn vrij laat rijp, ongeveer aan het einde van augustus. De smaak en opbrengst zijn allebei erg goed. Dit ras wordt nog steeds veel gebruikt in de professionele teelt. Deze braam groeit het beste in de zon of halfschaduw. Veel zon zorgt voor zoetere vruchten.

    Snoei en Onderhoud:

    Bramen maken ieder jaar lange nieuwe scheuten die u het beste kunt aanbinden. Hiervoor kunt u draden spannen, gebruik maken van een gaaswerk of van de schutting. De bramen verschijnen het talrijkste op 2-jarige scheuten. Oudere scheuten snoeit u aan het einde van de winter compleet weg. Nieuwe scheuten bindt u in de zomer tussen de vruchtdragende scheuten aan. Kies alleen voor de meest vitale scheuten en snoei de rest meteen weg.

  • Druif:

    druif

     

 

  • Framboos:
    • rode zomer: rubus malling promise
    • gele zomer: Rubus idaeus ‘Golden Everest’ of Gele framboos
      Knip bij de Rubus idaeus ‘Golden Everest’ elk jaar de oude takken weg. In het voorjaar begint de plant nieuwe scheuten te maken vanuit de grond. Bindt deze scheuten zo mogelijk aan een draad of hekwerk vast. Aan deze scheuten komen het daaropvolgende jaar de gele vruchten. De vruchten zijn rijp in juni – juli en een tweede dracht volgt eind augustus – september.
  • Rubus idaeus ‘Zefa Herbsternte’ of Herfstframboos

    De bloemen va de Rubus idaeus ‘Zefa Herbstrnte’ verschijnen in mei – juni. De vrucht is rood en rijpt af in juli – september. Ze zijn lekker van smaak. Ook te gebruiken in gelei en jam.  In januari mag men de scheuten weg snoeien. als de jonge scheuten in het voorjaar uit beginnen te lopen mag men deze dunnen.

  • Kakipruim:

    kaki

    kaki

De kakiboom kan zonder problemen tegen onze winters en is goed winterhard.
De vruchten zijn in het najaar rijp, zelfs een nachtvorst over de vruchten versnelt de rijping.
Hoe rijper de vrucht, hoe zoeter. In de regel plukken wij de vruchten eind oktober begin november.
De pitloze vruchten bevatten gemiddeld 16% suiker, waarvan 43% glucose als een snelwerkende energiebron. Ze kunnen met schil en al gegeten worden en smaken heerlijk zoet.

  • Kersenboom:kers

-Morellenfeuer prunus cerasus[ kerspruim]:

Deze laagstam kersenboom zal uiteindelijk uitgroeien tot een flinke boom. Geef hem de ruimte die hij nodig heeft om zich te ontwikkelen. Al het fruit, dus ook de kers, rijpt het beste in de zon. Geef deze fruitboom daarom een zo zonnig mogelijk plekje in uw tuin. Prunus avium ‘Morellenfeur’ geeft vruchten die voor diverse doeleinden kunnen worden gebruikt. Jam, compote en om zo te eten. Deze Morelkers is een stevige kers met een zoetzure smaak. Ook leuk om te gebruiken in een fruit- of groentetuin.

Snoeien van de kersenboom moet in de zomer gebeuren. Zorg uiteindelijk voor een open boom met een aantal hoofdtakken, vanwaaruit de zijtakken komen. Snoei elk jaar in de zomer de lange dunne scheuten weg tot op 10 cm vanaf een dikkere houtige tak. Zo wordt voorkomen dat de fruitboom een te dichte kroon krijgt.

-Lapins: De Lapins is een lekkere zoete kers. Bestuiving: zelfbestuivend. Snoeien: na de pluk, nooit in de winter. Kersen zijn echte groeiers, maar wilt u de boom klein houden, dan alle nieuw gegroeide scheuten terugsnoeien, zodanig dat er 4 of 5 bladeren blijven zitten. Dit blijven doen tot einde groeiseizoen. Bemesting: in februari en in de herfst organisch-minerale meststof geven. Goede productie bij voldoende boomvolume.

Hedelfinger:De Hedelfinger is een lekkere zoete kers. Bestuiving: zelfbestuivend, maar d.m.v. kruisbestuiving met o.a. Dubbele Meikers of Stella meer succes. Snoeien: na de pluk, nooit in de winter. Kersen zijn echte groeiers, maar wilt u de boom klein houden, dan alle nieuw gegroeide scheuten terugsnoeien, zodanig dat er 4 of 5 bladeren blijven zitten. Dit blijven doen tot einde groeiseizoen. Bemesting: in februari en in de herfst organisch-minerale meststof geven. Plantdelen niet geschikt voor consumptie.

  • Krentenboompje:

Wanneer het krentenboompje bloeit, is het echt lente. De Krent, zoals deze struik ook wel genoemd wordt, werd vroeger in Europa gecultiveerd en veelal in boerentuinen geplant om zijn aromatische, zoete, krentachtige vruchten, die zelfs op de markten verkocht werden. Hij hoort bij de familie van de Rosaceae.

  • De bij ons het meest voorkomende Krent (A.lamarckii) kan maximaal 12 m hoog worden. Het is een bladverliezende, meerstammige boom of struik.
  • De bloemen, fijn, wit of crème geuren lekker en verschijnen tegen eind april in losse bosjes tussen de koperkleurige ontluikende bladeren die met fijne, zilverwitte haartjes bezet zijn. In de zomer is slechts de onderkant viltig behaard.
  • De Krent bloeit vooral op kortloten aan scheuten van het voorgaande jaar. In de oksels van de bladeren ontwikkelen zich in juni al weer bloemknoppen voor het volgende jaar.
  • De (schijn) vruchten rijpen in juli en augustus en kleuren dan rood tot donkerpurper.
  • De zaden liggen opgesloten in een vier-tot tienhokkig klokhuis. Ze hebben een zoet, bosbesachtig aroma en zijn sappig. Vogels zijn er dol op.
  • De bladeren kleuren in het najaar prachtig geelrood.

Standplaats

De Krent groeit het best op licht vochtige en zure grond, maar ook op voedselarme gronden. Hij past zich gemakkelijk aan de bodemomstandigheden aan. Zon of halfschaduw, het maakt allemaal niets uit.

  • Nectarina: 
    bloesem

    bloesem van nectarina

    Op de nectarina-gesteltakken, die op hun beurt terug vertakken, haal je steeds de rugscheuten weg en alleen de zijscheuten worden bewaard. Dat werkje kan reeds in de zomer gebeuren. Zorg er ook steeds voor dat aan de verlengenis maar 1 twijg doorgaat, d.w.z. dat je de concurrenten moet wegnemen:Fruitbomen snoeien: Snoeien van een jonge perzikboom (Prunus persica)

    Snoeien is meestal noodzakelijk, niet alleen om de nectarinaboom laag te houden, maar ook om hem te verjongen. Als hij de vrijheid krijgt groeit de nectarinaboom smal omhoog en dan sterven de onderste takken af. Aan één- en tweejarige twijgen gebeurt de bloei en vruchtvorming. Snoeien is belangrijk om regelmatig nieuwe (jonge) scheuten te krijgen aan de gesteltakken.

    Aantrekkelijke perzikbloesem (roze-rood)Prunus persica nectarinabomen worden voornamelijk na de bloei gesnoeid.
    De vruchten komen slechts éénmaal op takken die het jaar tevoren zijn gevormd (Dus op het eenjarig hout).
    Ouder hout heeft de neiging om kaal te worden.

    Snoei tot jonge twijgen in tot op een spits toelopende naar buiten gerichte bladknop. De dikke, bolvormige knoppen zijn bloemknoppen. Jonge twijgen worden op ca 2/3 ingekort, tot op een smalle bladknop die naar buiten gericht is.

    Bij het niet-snoeien zal de groei zich verplaatsen naar het uiteinde van de boom. Hierdoor daalt de vruchtmaat en kwaliteit (Smaak en suikergehalte daalt). Ook ontstaat een gesloten groeiende boom die meer vatbaar wordt voor schimmelziekten.
    Zorg ervoor dat er zoveel mogelijk jong hout in de nectarinaboom behouden blijft.
    Natuurlijk zorg je voor een open perzikboom en sleun je de zwaarste takken weg. Bijvoorkeur zware takken na de pluk wegsnoeien. Hiermee daalt de aantasting van krulziekte.
    Grote snoeiwonden kan je best insmeren met een wondpasta, om aantasting door de loodglansschimmel te voorkomen.
    Snoei gesteltakken met afgedragen hout terug naar de basis toe. (Tot op een jonge twijg).
    Dode en zieke takken verwijderen.
    Zorg steeds voor een gezond blad en dan zo snel mogelijk dunnen.
    Hoe groter de verhouding blad/vrucht is, hoe meer suikers per vrucht en hoe smaakvoller de vruchten worden.

    Men kan de groei van nectarinabomen afremmen, door te snoeien kort na de vruchtzetting (mei).
    De overtollige takken en nectarinatwijgen welke geen vruchten dragen kan men dan probleemloos wegsnoeien.

    Prunus persica: perzik (perzik snoei) Twijgen welke te zwaar beladen zijn met vruchten kan men doorknippen op enkele vruchten.

    Men tracht steeds na elke vrucht wat blad te laten staan.
    Bij het nadunnen zal men de vruchten voldoende ruim uit elkaar zetten.

    Slecht geplaatste jonge scheuten kunnen op 4 of 5 bladeren ingenepen worden. (Tussen duim en wijsvinger innijpen). Scheuten die later een gesteltak of vruchttak moeten vervangen worden niet ingekort. Slecht geplaatste scheuten zijn scheuten die op de bovenkant of onderzijde van gesteltakken groeien (= rughout en buikhout). Ook concurrenten kunnen ingenepen worden.

    Snoeien in de wintermaanden zal de groei bevorderen, terwijl het snoeien in het voorjaar/ zomer (mei – september) de groei zal verminderen.

    Een volgroeide waaiervorm wordt dikwijls na de oogst gesnoeid. Nieuwe scheuten en vervangers van gesteltakken worden als ze minimaal 40 cm lang zijn ingetopt. Zijscheuten aan deze toekomstige gesteltakken worden teruggeknipt op ca 5 cm. De zijscheuten moeten een onderlinge afstand hebben van ca 12 cm.
    Jonge hoofdscheuten kunnen aangebonden worden aan bamboestokken, welke vastgemaakt zijn aan horizontaal gespannen draden.

    [ bron houtwal, be]

Oorzaak van perzikkrulziekteschimmel?

Een bladschimmel die zich ontwikkelt onder de oppervlakte van de opperhuid: Taphrina deformans (syn. Exoascus deformans). De ontwikkeling van de jonge scheuten verloopt na aantasting minder goed. Hierdoor wordt de vruchtontwikkeling minder goed. Ook de bloemontwikkeling voor het volgende jaar wordt negatief beïnvloed.

Perzikbomen (Prunus persica), nectarinebomen (Prunus persica var nucipersica) en soms ook amandelbomen (Prunus dulcis) zijn erg vatbaar voor deze schimmel. De schimmelsporen verspreiden zich met regen en wind naar takken, knopschubben en plooien in de schors waar ze overwinteren. Vanaf een temperatuur van 8-10 °C is er in februari infectie mogelijk!

Plantenziekten en plagen. Ziektebeeld of symptomen van de perzikkrulziekte:

Direct na het uitlopen van de perzikknoppen vertonen de perzikbladeren een gebobbeld en opgezwollen uiterlijk. Ze zijn misvormd en verkleuren geelgroen tot rood. Later vormt zich een wit laagje op het blad. Bladranden krullen naar binnen. Aangetaste perzikbladeren en vruchtjes sterven af en vallen in juni vroegtijdig af. Einde juni of begin juli kan er aan de kale scheuttoppen hergroei optreden.
De natte bladeren, scheuten en vruchtjes zijn enkel in jonge toestand vatbaar. In volgroeide toestand worden ze niet meer aangetast.
De overwintering van de schimmel heeft plaats in de knopschubben en op de twijgen. De infectie gebeurt bij het hernemen van de groei in februari of maart. De schimmelsporen spoelen door de regen naar de ontluikende perzikbladeren en deze worden direct geïnfecteerd.

Zwaar aangetaste perzik- en nectarinebomen verzwakken, krijgen gomziekte en kunnen na 3 – 4 jaar afsterven.

Plantenziekten en plagen op fruit. Krulziekte bij perzikbladeren (Taphrina deformans)

Bestrijding of preventie van perzikkrulziekte (Taphrinia deformans). Boombehandelingen.

Boombehandelingen: tijdens of na de bladval en bij het zwellen van de perzikknoppen spuiten met aangepaste schimmelwerende producten.

Plantenziekten en plagen. Behandelen als de perzikknoppen uitlopen (Vanaf 8 tot 10°C.) – Net voor het uitlopen van de perzikknoppen is het ideale tijdstip om schimmelwerende ofwel plantversterkende middelen te gebruiken. Meestal zijn ca 3 – 4 behandelingen nodig. Tijdstip: tussen 20 januari en 25 februari februari, zodra de temperatuur enkele dagen 8-10°C. (of hoger) is. In Vlaanderen wordt deze temperatuur tussen 26 en 31 januari (2016) bereikt! Volg mee de weerberichten op!In de maand januari/februari vanaf 8 -10°C beginnen de knoppen uit te lopen en worden ze geïnfecteerd indien de levende schimmelsporen nog aanwezig zijn.
Licht aangetaste bladeren kunnen best direct verwijderd worden, voor ze wit worden.– Net na de bladval (of bij 90% bladval) kan ook één of twee keer behandeld worden met schimmelwerende producten. De meeste schimmelsporen op de twijgen en knopschubben worden dan opgeruimd.Een behandeling met schimmelwerende producten zodra de ziektesymptomen (geelrood krullend perzikblad) zichtbaar zijn is nutteloos! Plantversterkende middelen kunnen helpen om sneller te hergroeien.

Zorg ook voor een gezonde, evenwichtige boomgroei door jaarlijks te snoeien, tijdig te dunnen en door een evenwichtige bemesting te geven.  Zie ook “Fruit ABC-snoeikalender

Meerdere bespuitingen met plantversterkende middelen zoals o.a. Neudo-Vital (Vital) zouden ook een gunstig effect hebben. Ook aftreksels van heermoes (Equisetum) hebben een plantenversterkend effect.

Per land kan het toegestane gebruik van schimmelwerende producten verschillen, vraag dus na bij uw leverancier!

Volgens sommigen zou een onderbeplanting van knoflook (Allium sativum), niet-rankende Oost-Indische kers (Tropaeolum) en mierikswortel (Armoracia rusticana) ook een gunstig effect hebben tegen de krulziekteschimmel. Door aan de voet van een perzikboom enkele sterk geurende mierikswortels uit te planten zou de weerstand van de boom verhoogd worden.

Ruim na de bladval alle perzikbladeren goed op of dek de boomspiegel af met een laagje compost. De regenwormen ruimen de zieke bladeren sneller op en de vitaliteit van de boom zal verbeteren. Een goede bodemstructuur en een actief bodemleven zijn goede preventiemaatregelen.

Zorg dat de takken en jonge bladeren sneller kunnen opdrogen. De schimmelsporen kunnen alleen ontkiemen in een vochtige omgeving. Luchtig gesnoeide perzikbomen en een ruime, winderige standplaats zorgen voor minder aantasting.

  • Ribes uva-crispa ‘Hinnonmaki Grun’ of Groene kruisbes
     

    De bladverliezende uva-crispa ‘Hinnonmaki Grun’ vormt in april/mei groen-witte, onopvallende bloemetjes in hangende trossen, die zich ontwikkelen tot sappige, groene kruisbessen die in juli/augustus geoogst kunnen worden voor het maken van gelei, jam of sap; let bij het plukken wel op de doorns op de takken. De Groene kruisbes staat graag op een warme, zonnige en beschutte plaats in uw tuin; hoe meer zon, hoe beter de oogst. Voor een gemakkelijker oogst kunnen de takken van deze tuinplant via een draad geleid worden. De kruisbessen groeien op hout van tenminste 1 jaar oud. Snoei in het late najaar oude en dode takken weg zodat een struik met een open structuur met ongeveer 8 hoofdtakken overblijft. In de zomer mogen te lange takken een stuk worden teruggesnoeid.https://i1.wp.com/www.moestuinplanner.nl/images/uploads/plants/kruisbes.jpg?resize=700%2C525

 

     Peer:
  • pyrus communis Conferance
  • Stoofpeer Gieser Wildeman
    Pruim:
  • prunus domestica” Opal “
  • ”Reine Claude d’Oullins”
  • “Reine Victoria”
Reine Victoria

pruim

 

 

  • Vijg

Cor’s vijg

rijpe vijg

  • Vaccinium corymbosum ‘Bluecrop
  • Walnootwalnoot
  • Zwarte Bes

    zwarte bes

%d bloggers liken dit: