Volkstuin van Bemar

Peppercress

Latijnse naam: Lepidium sativum

Dit is een soort tuinkers (ja, zoals je die ook op watten in huis kunt zaaien en dan als jonge zaailingen met 2 kiemblaadjes eet). Maar tuinkers kun je ook gewoon laten groeien en dan een plant van ongeveer 50 tot 60 centimeter laten worden. De blaadjes worden dan iets minder sterk van smaak maar nog altijd lekker pittig en je kunt er natuurlijk veel meer blaadjes van oogsten, tot de planten in de zomer door gaan schieten.

Dat doorschieten gebeurt onder invloed van licht en warmte en droogte, en daarom is de beste standplaats voor tuinkers juist in de halfschaduw of lichte schaduw en in vochtige grond – dan schiet ze minder snel door en kun je er dus langer blaadjes van oogsten.

Die blaadjes zijn dus lichtpittig van smaak en lekker in sla, salades, op bijvoorbeeld een broodje kaas of ham, onder een gekookt of gebakken eitje, etc..

En dan nog even over deze Peppercress; ze is een tuinkers, maar dan een extra pittige vorm, lekker peperig op een frisse manier, zoals radijs en mosterdblad dat ook kunnen zijn. Ik kocht deze zaden eens in Amerika, en sindsdien teel ik haar elke 2 of 3 jaar en oogst dan zelf weer zaden.

Ze is eenjarig, je zaait de zaden in maart of april binnenshuis maar wel koel (bijvoorbeeld een onverwarmde slaapkamer). De zaailingen kun je vanaf ongeveer half april buiten uitplanten, de planten kunnen nog wat laatste lichte vorst prima verdragen.

bron: Diana’s mooie moestuin

%d bloggers liken dit: