Volkstuin van Bemar

Perenboom

Wij hebben van de perenboom drie rassen in de tuin staan:

  • pyrus communis Conferance
  • Stoofpeer Gieser Wildeman
  • pyrus communis Charneux

De bomen zijn nu drie jaar oud, dwz ze staan voor het derde jaar in onze tuin..

Gieser Wildeman

Deze soort perenboom groeit tamelijk zwak tot matig; vormt een gedrongen boom met sterk opgaande takken en weinig zijhout. Typische V-vormige bladeren met een viltige onderzijde.
De boom draagt vroeg, maar is matig productief. Tamelijk regelmatig en behoorlijk, beurtjaar gevoelig dus dunnen. De bloei is middentijds tot tamelijk laat.(dus minder nachtvorst gevoelig), de boom is zelf bestuivend.

De peren worden alleen als stoofpeer gebruikt, het is een zeer goede en zoete stoofpeer, suiker toevoegen is niet nodig, kookt mooi lichtrood af.

bloesem van de Gieser Wildeman

Gieser Wildeman

Pyrus Communis Charneux

knop in de perenboom Charneux

Deze perenboom is een oud Belgisch ras. De boom wordt 3 tot 6 meter hoog.Hij bloeit wat later in het voorjaar, in de tweede helft van april.Is een rijke bloeier. Het is goed om andere perenrassen in de buurt te hebben voor de bestuiving, bv Beurre Hardy, Comice, Conferance. In ons geval staat de Conferance in de buurt.

De vruchten zijn rijp in september en vanaf oktober geschikt voor consumptie. Ze zijn dan goudgeel

Pyrus communis Conferance

Conference is een zelfbestuivend ras, dus ook zonder een andere perenboom in de buurt geeft hij fruit. Een perenboom geeft echter altijd meer vruchten als hij wordt bestoven door een andere boom in de buurt (tot 100m. van de Conference-boom vandaan). In ons geval is dat de Gieser Wildeman die er naast staat.Hij bloeit van april tot half mei met witte bloesem.

Conferance is een sappige zoete peer. Hij is goed ziekteresistent en een makkelijke bestuiver. De conference-peer is vaak in de winkel te vinden en is langwerpig van vorm. Hij is sappig en zacht. De peer is vrij breed en flesvormig, hij is lichtgroen tot bruin van kleur en heeft soms wat roest. Dan zie je aan de onderkant een donkerbruine kleur .

Vruchtdunning

bron: Landleven

  1. Dunnen bij een perenboom is het weghalen van een teveel aan vruchten om zo een betere oogst te krijgen. Soms oogst je na het dunnen iets minder kilo’s, maar het fruit is vaak wel van betere kwaliteit en smakelijker. Je knipt de kleinste en aangetaste vruchten als eerste weg.
  2. Je dunt niet uitsluitend om de vruchten voldoende ruimte te geven aan de tak, maar ook om ervoor te zorgen dat er per vrucht voldoende bladoppervlak is om goed rijp te worden.
  3. Natuurlijke vruchtrui vindt plaats vanaf half mei tot half juni. De boom laat dan zelf een deel van de vruchten vallen. De steel wordt geel en later valt de vrucht af. Als hobbyteler wacht je het best tot na deze natuurlijke vruchtrui, om te voorkomen dat je uiteindelijk te veel vruchten kwijtraakt.
  4. Eind mei tot eind juni kan er gedund worden. Daarbij wacht je bij voorkeur tot na de natuurlijke vruchtrui, maar dun je  wel zo vlug mogelijk erna. De boom hoeft dan minder lang energie te steken in vruchten die uiteindelijk worden weggehaald.
  5. Appelbomen hebben veel baat bij een goede vruchtdunning. Vooral handappels en appelrassen die last hebben van beurtjaren geven smakelijkere en mooiere appels na het dunnen. Bewaarappels kunnen met minder dunning toe.
  6. Hoeveel je moet dunnen hangt van meerdere factoren af. Voor de meeste appels, peren en pruimen is de onderlinge afstand die bij het dunnen aangehouden wordt evenredig aan de grootte van de volgroeide vruchten.
  7. Infecties moet je bij het dunnen zien te voorkomen. Dun daarom liefst met een schaar, om beschadiging van de vruchten die blijven hangen te voorkomen. Er zijn speciale dunschaartjes te krijgen, of werk met een smalle snoeischaar. Knip ongeveer halverwege de steel. Het stukje steel dat je laat staan valt later af.
  8. Dunnen vermindert ook de kans op beurtjaren, waarbij een boom na een overvloedig jaar bijna geen oogst oplevert.
  9. Welke vruchten verwijder je ? Begin met aangetaste vruchten. Dan volgen vruchten die onderaan de takken hangen. Van de overgebleven vruchten laat je de grootste staan. Wanneer je drie vruchten in een trosje bij elkaar hebt hangen, verwijder je de middelste, wanneer je twee vruchten wilt behouden.
  10. Zwak groeiende bomen dun je sterker dan sterk groeiende. Hetzelfde geldt voor zwak groeiende takken: ook die worden sterker gedund dan snelgroeiende.

Oogsten

De peren mogen niet aan de boom rijpen: dan worden ze buikrot. Peren zijn plukrijp als ze van donkergroen wat gelig beginnen te worden, en zodra de steeltjes op het punt waar ze de takken raken beginnen te zwellen. Ze worden geplukt met een opwaartse draaiende beweging. Laten ze niet los, dan zijn ze nog niet plukrijp. Na het plukken worden de peren het beste 1 of 2 weken op een koele, donkere plaats, waarna ze op een warmere, donkere plek verder mogen rijpen.

Verzorging van de perenboom:

Peren groeien graag op voedzame, diep doorlatende grond, die iets aan de zure kant of neutraal is. Daarnaast waarderen ze een zonnige, beschutte standplaats, waar de grondwaterstand niet te hoog is. Als de perenboom zonnig staat, zijn ze minder vatbaar voor schimmelinfecties, en krijgen de vruchten een hoger suikergehalte. Peren kunnen aangeplant worden tussen november en eind februari, zolang het niet vriest. In het voorjaar kun je mest strooien. De boom kan dan de voedingsstoffen opnemen voor een ‘boost’ richting de zomer. Verder is het snoeien van een perenboom de beste verzorging die je hem kan geven. Door te snoeien geef je hem ieder jaar voldoende kracht voor nieuwe vruchten.

 

Snoeien van een perenboom

Het snoeien van een perenboom gebeurt op vrijwel dezelfde wijze als bij de appelboom, en heeft twee doelen. Ten eerste is het de bedoeling om een evenwichtige kroon (of leivorm) te ontwikkelen, met niet te veel gesteltakken. Ten tweede zal de boom, om er vruchten van te krijgen, vruchtlot of spoortjes moeten gaan vormen. Perenbomen zijn pas laat vruchtbaar, het kan wel 6 tot 8 jaar duren voordat de eerste peren geoogst kunnen worden.

Snoeien gebeurt tussen begin december en eind februari, wanneer de groei stil staat, en wanneer het niet harder vriest dan -5 graden Celsius. Het eerste jaar worden de gesteltakken gevormd, in totaal circa 4 of 5 stuks. Aan het eind van het tweede jaar kunnen nog 3 tot 4 gesteltakken behouden worden, zodat het totale gestel nu uit 8 takken bestaat. De gesteltakken worden het tweede jaar op een lengte van circa 50 cm net boven een omlaag gericht buitenoog gesnoeid. De overige scheuten worden (indien nodig) weggeknipt, of ingekort tot 4 knoppen. Het doel hiervan is om een onder een hoek van 45 graden een van de boom afstaand takkenstelsel te krijgen, waarbij de gesteltakken zich in etappes verlengen. Door de geleidelijke verlenging ontstaan zijtakjes, waarop zich later het vruchtlot zal gaan vormen. Het derde jaar worden de verlengende delen van de gesteltakken in de winter weer teruggeknipt op 25 cm lengte, waarbij gesnoeid wordt op een buitenoog dat tegenovergesteld staat aan de snoeirichting van de vorige snoeibeurt. Zo ontstaat een zigzag-patroon van verlengingen dat op den duur weer een bijna rechte, maar wat horizontaal afstaande gesteltak oplevert. De zijtakjes die zich op de gesteltakken gevormd hebben worden in de tweede helft van juli ingekort tot 3 bladeren, of een lengte van ongeveer 10 cm.

De meeste peren groeien aan horizontale takken. In de eerste jaren van de boom is het daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat verticale takken naar beneden gebogen worden. Buig hiervoor de takken in de zomer rustig naar beneden en span deze met een touw vast, bijvoorbeeld aan een haring die in de grond is geslagen. Doe dit vooral bij een jonge boom omdat bij een jonge boom de takken nog flexibel zijn. Na ongeveer een jaar blijft de tak horizontaal staan en kan het touw verwijderd worden. Knip bij een oudere boom de verticale twijgen en takken juist af.

Zorg ervoor dat de perenboom niet te dicht groeit. De boom kan dan te weinig licht krijgen waardoor de oogst kan gaan tegenvallen. Vooral de bovenkant van de boom wil vaak dichtgroeien. Snoei hier de oude takken weg, vlak boven nieuwe takken.

De daarop volgende jaren herhaalt dit patroon zich. In de winter wordt telkens eerst dood, kruisend en ziek hout weggehaald. Alle vertikaal omhoog groeiende zijtakjes worden helemaal verwijderd: op meer horizontaal groeiende takken ontwikkelt zich meer vruchtlot. Ook zijtakken die naar de spil toegroeien worden weggehaald, net als sprieterig doorgeschoten jong schot met weinig knoppen.
De verlengingen van de gesteltakken worden weer ingekort tot 25 cm op een tegenoverliggend, liefst omlaag gericht oog. Hebben de gesteltakken hun uiteindelijke lengte bereikt dan wordt de nieuwe aanwas telkens helemaal weggehaald. In de zomer worden zijtakken en secundaire zijtakken telkens tot 3 bladeren of 10 cm terug geknipt. Hierop ontwikkelen zich in de loop der jaren de bloemdragende spoortjes. Wanneer deze te dicht op elkaar staan moeten de spoortjes in de winter gedund worden. Circa 6 weken na de bloei zal de boom zelf een deel van de overtollige vruchten afstoten. De overblijvende vruchten moeten zo uitgedund worden dat ze op een onderlinge afstand van 15 tot 20 cm uiteen hangen.

[ bron : tuinen van Appeltern]