In de klas

Onlangs ging ik met mijn moeder naar museum ‘d Ouwe School in Barendrecht. Ik schreef er al een blog over[ klik hier].We waren op zoek naar de antieke spullen van tante Fijgh, mijn oud tante, zus van mijn opa.

Ondanks dat we een privé rondleiding kregen van vrijwilliger dhr Blinde, vonden we  niet wat we gehoopt hadden. Toch was het leuk en mijn moeder meende wat spullen en poppen te herkennen.De oranje verzameling op de foto zou van oud tante Fijgh geweest kunnen zijn.In ieder geval had zij ook veel van die spullen.

In de klas van vroeger

Nadat we beneden alles gezien hadden, gingen we naar boven en kwamen in een schoolklas met poppen.

Sommige spullen herkende ik uit mijn lagere school tijd, andere waren nog ouder. Ik heb niet op bankjes zoals hierboven gezeten of geschreven op een lei met een griffel

Wel leerde ik schrijven met een inktpen of kroontjespen. In de tafel zat zo’n potje inkt en je kreeg een zelfgemaakte inktlap mee, een paar lapjes stof vastgezet met een knoop in het midden van de lapjes.Ik herkende het boekje van A van Aapje, B van ….dat heb ik nog en ligt in mijn kelder bij de fotoalbums.Tellen leerden we op een telraam.De letterplank van aap, noot, mies kent iedereen nog wel van mijn generatie.De juf of meester zat voorin de klas. Ik weet nog dat ik een meester had die het niet schuwde met een lat een tik op je hand uit te delen als je niet oplette. Ik was echt bang van hem, zijn naam weet ik nu nog, meester van de Boom.In mijn herinnering een magere man met haren plat van de brylcream in pak met stropdas.

Zo anders tegenwoordig

Bijna wekelijks kom ik in de school van de twee kleindochters als ik ze op donderdag naar school breng en voor de klas afscheid neem. Pas was er een opa en oma dag en mochten we een poosje in de klas mee doen met de les. Via een smartbord werden de opdrachtjes gegeven.Ik had er foto’s van willen maken maar dat mocht niet. In de klas en in de gang hangen die werkjes die de kinderen gemaakt hebben.

Kleinzoon Aaron zet ik altijd bij het schoolhek af waar  juf Linda alle kindjes begroet en ze mee neemt de school in. In zijn klas ben ik dus nooit geweest.Een tijdje terug hadden ze thema restaurant gehad op school en als afsluiting mochten de ouders of opa’s, oma’s of tantes  pannenkoek komen eten.Twee mensen per kind.

In de gymzaal was een restaurant gemaakt, alle kindjes hadden een koksmuts op en ik werd bediend door mijn trotse kleinzoon.Dat was vroeger toch ondenkbaar!

Later maak ik misschien nog wel eens een blog want ik heb nog veel foto’s van allerlei huishoudelijke voorwerpen en van de archeologische vondsten die oa dhr Blinde  deed toen de wijk Carnisselande gebouwd ging worden.

Ik herkende ook de aankleedpop die mijn oud tante vroeger had en waar ik mee speelde. Het was volgens mij een blikken popje waar je kartonnen kleren voor kon hangen

Tot slot nog wat foto’s van de oude poppen.

De komende twee weken ga ik op vakantie in het huis van mijn dochter en schoonzoon in Maassluis, die zelf op vakantie naar het buitenland zijn.

 

Reminiscentie

Toen ik jaren geleden teamleider was van een afdeling waar dementerende ouderen woonden, werden we geschoold in belevingsgerichte zorg. Bij belevingsgerichte zorg is het uitgangspunt dat de belevingswereld, dus hoe iemand iets ervaart, van de dementerende oudere centraal staat. Waar voorheen de ziekte of de beperkingen het uitgangspunt was, is dat nu de unieke persoon in kwestie. De zorg wordt afgestemd op de individuele behoeften, gevoelens en gewoonten. Het doel hiervan is om de kwaliteit van het leven bij mensen met dementie te verhogen of gelijkwaardig te houden.

De zintuigen kunnen geprikkeld worden door bijvoorbeeld muziek zoals het filmpje hieronder, maar ook door geuren, door plaatjes, door voorwerpen.

Huiskamer

In het verzorgingshuis waar ik werkte waren we erg enthousiast over deze manier van zorgen. Alhoewel het vaak al helemaal in je zit als verzorgende, werden er nu extra aspecten aan toe gevoegd. Zo brachten de bewoners in kleine groepjes van maximaal 10 bewoners met vaste verzorgenden de dag door op een huiskamer. Ze werden zoveel mogelijk betrokken bij het dagelijks leven[ afhankelijk van de fase van dementie]. Er werd bijvoorbeeld dagelijks gekookt niet voor hen maar ook met hen, dus het bespreken van het dagelijkse menu, het schoonmaken van de groenten en schillen van de aardappelen werd door of met hen gedaan. Vlees werd op de huiskamer, waar ook een keuken in was, gebraden. Gevolg was dat mensen veel alerter werden, herinneringen werden geprikkeld en men at veel beter.

We probeerden door het werken aan de hand van thema’s met bepaalde voorwerpen van vroeger het geheugen te prikkelen.Dat noemt men reminiscentie. Zo heb ik met de teams een huiskamer ingericht in de stijl van de jaren 50-60. Veel van mijn eigen spullen zijn daar beland. Al die voorwerpen kwamen uit de familie, destijds hechtte ik er niet veel waarde meer aan omdat we de spullen uit grootmoeders tijd wel zat waren en over gingen op strak modern meubilair. Dat kamertje zag er ongeveer net zo uit als dit kamertje in het museum waar ik was.

Nu kan ik mij wel voor mijn kop slaan dat ik alles weg gedaan heb.Als ik wist dat het nog steeds gebruikt zou worden bij de dementerende ouderen zou ik er wel vrede mee hebben. Echter de belevingsgerichte zorg werd met het komen van een nieuwe directie weer aan de wilgen gehangen en er kwam een nieuwe visie, het werken met klantbedrijven.Over geld verspilling in de gezondheidszorg gesproken. God weet wat ze inmiddels nu weer bedacht hebben, iedere keer gaat de hele bups weer op scholing! Het gaat te ver dat uit te leggen maar ik weet dat al mijn spullen op de rommelmarkt van het verzorgingshuis zijn beland omdat mijn opvolgers er niets meer in zagen.

Museum

Na mijn bezoek aan het huis van Gijn [ klik hier] dacht ik over de spullen van oud tante Fijgh, die na haar verhuizing naar een verzorgingstehuis geschonken werden aan de Historische Vereniging van Barendrecht. In museum D’ouwe school moeten haar spullen nog te vinden zijn. Ik besloot mijn moeder te trakteren op een uitje, want alhoewel ze inmiddels 86 is, is zij nog goed van geest en leden en kan zij mij nu nog vertellen over dingen die we zien. We gingen dus samen op reminiscentie tour.

Het museum ligt in de oude dorpskern van Barendrecht, naast de watertoren, in een voormalige school. Op de website stond dat hij op dinsdag om 11 uur open is, maar dat bleek een foutje. Gelukkig kwam er net een vriendelijke meneer naar buiten, die voor ons de sleutel haalde en ons een privé rondleiding gaf! Mijn moeder die nog het halve dorp bij naam kent of weet wiens vader, moeder, neef, nicht etc dit of dat deed of daar of daar woonde, kende dus ook deze meneer.

Melkbussen en pinten

Naast de spullen van mijn oud tante bracht mijn vader, voormalig melkboer er ooit ook zijn melkbussen heen. Er stonden er veel en ze leken allemaal op elkaar maar een pintje herkende mijn moeder meteen aan een bepaalde rand, die was van hen geweest.

Ze legde uit dat er verschil was, met de ene schepten ze de melk uit de bussen, met de andere werd de hoeveelheid gemeten.

Met een zgn tril werd door het afscheppen van de room karnemelk gemaakt.

Als kind zag ik mijn oma heel vaak al die bussen uit boenen. Later gingen wij met het gezin in het huis van opa en oma wonen toen mijn vader het bedrijf van mijn opa overnam.Onder  de loodsen naast het huis liep een wel.Hoe die wel [ =grondwater] daar nou precies kwam weet ik niet en ook mijn moeder niet. Ik kan mij alleen nog herinneren dat je een trapje af moest en daar een soort slootje was met heel koud water. De bussen melk werden daarin bewaard.Later kregen we een koelcel en werd er een luik boven het trapje naar de wel gemaakt.

 

Kapper

Een van de eerste dingen die we zagen was de complete inboedel van Piet de Kapper uit Smitshoek, het gehucht waar ik opgegroeid ben.Mijn moeder vertelde dat Piet niet echt kon knippen. Het was een herenkapper met 1 model, model bloempot. Maar hij was goedkoop en we hadden het thuis niet breed. We gingen de ene keer naar Piet de Kapper en dan had ik weleens een scheve pony. De andere keer gingen we naar de duurdere kapper in Zuidwijk, Rotterdam.Toen ik alles zag staan, wist ik het ook meteen weer en zie mij zo nog in die stoel zitten en de kapper in zijn witte stofjas erachter.Je kunt je nu toch geen kapper meer voorstellen met een witte jas aan hè!

En dan die permanent rollers! 

Bakker

Even verderop zagen we de etalage van bakkerij  Mooiaart van het Doormanplein staan. Links op de foto zie je een aantal tassen hangen.

Zo’n tas droeg mijn vader als melkboer. Het was de tijd van contant betalen of op de lat zetten. Niks pinpas, betalen met de telefoon, of tikkies sturen. Zijn hele dagopbrengst en misschien wel van de hele week zat erin. Tegenwoordig wordt je de hersens ingeslagen voor zoiets maar destijds kon dat. Ik werd als kind zelfs op de fiets met een envelop geld naar de bank gestuurd om dat te storten.

Arreslee

Ik kan me nog goed herinneren dat er in de boerenschuur bij die oud tante ook zo’n arreslee stond.

Of dat deze is geweest kon mijn moeder niet zeggen.Ik weet dat ze vroeger paarden hadden maar het kan ook zijn dat deze arreslee door een hond getrokken werd.

Tot slot voor dit blog een kinderkeukentje waar je echt op kon koken met witte blokjes die je kon aansteken. Als ik bij mijn buurmeisje Ellie ging spelen, kookten we er regelmatig op. We bakten aardappeltjes en kookten soep uit een pakje, wat heerlijk smaakte in mijn herinnering.

Een volgend keer zal ik de schoolklas uit het museum laten zien en het speelgoed en nog wat andere dingen uit de vorige eeuw.

 

 

 

Huis van Gijn over schoonmaak en speelgoed

Vandaag het laatste stukje van museum huis van Gijn. In het vorig blog liet ik de begane grond en de eerste etage zien.Nu is de beurt aan de verdiepingen daarboven. Ik heb op de tweede etage en de zolder nog wel de meeste tijd door gebracht.

Een van de lezers die reageerde op het vorig blog was Melodyk, die vroeg of ik er ook zo hebberig van werd van al die pracht en praal maar er  tegelijkertijd de rillingen van krijgt als je je probeert voor te stellen hoe zwaar het leven toen was.Hebberig wordt ik er niet van maar ik kijk mijn ogen wel uit. Tegelijkertijd denk ik dat als ik destijds geleefd had ik dus degene geweest zou zijn die met emmers water die trappen op liep te zeulen als meneer of mevrouw in bad wilde gaan. Of degene die met zwarte vingers al dat koper zat te poetsen of op de knieën de vloeren zat te boenen………Geboren als een dubbeltje dan wordt je nooit een kwartje is toch zo’n gezegde☺

Maar goed die meneer van Gijn werkte misschien ook hard naar zijn maatstaven.

Bedienden

Op de tweede etage waren de vertrekken van de bedienden, twee dienstbode kamertjes, een berghok en verder open zolder.In de kamertjes van de dienstbodes stond afgedankt meubilair. Het was de enige plek waar zij zich terug konden trekken. In de winter was het er erg koud want er was geen kachel.

Toen het huis museum werd, zijn er meerdere ruimtes gemaakt om de diverse collecties tentoon te stellen.

Eind 19-e eeuw werd hier de was verwerkt en werden niet -dagelijkse spullen hier opgeslagen.De was werd niet hier gedaan maar werd uitbesteed. Toch maakten de dienstmeisjes lange dagen.In vitrine kasten lag allerlei linnengoed. Wat ik wel grappig vond om te zien waren de verschillende doeken voor bv het glas, het toilet, het zilver, de ramen, het stoffen, het strijken. Maar ook kommendoeken, doktersdoeken, fonteindoeken. En op al die doeken stond de naam waarvoor ze gebruikt werden.

Ik denk dat ik opeens een verklaring gevonden heb waarom ik ook altijd voor alles aparte doeken gebruik. Ik ben in een eerder leven vast echt dienstbode geweest en de gewoonte van die doeken is met mij mee gekomen naar de huidige tijd. Ik gebruik ook oude theedoeken en stoffen luiers van vroeger als doek om bv het toilet en tegeltjes mee na te drogen, de randen van de ramen te drogen als ik ze zeem etc. Ik heb geen doeken voor iedere handeling maar ik zal nooit de doek die ik voor het toilet heb, gebruiken voor iets anders, dat zijn vaste doekjes.

Een van de kamers op de tweede verdieping was een kleedruimte. Hier hingen allerlei kledingstukken met bijpassende accessoires.Je mocht ze aantrekken om jezelf op de foto te zetten. Er was net een jong Duits stel wat zich had verkleed en toen ik in mijn beste Duits zei dat het hen prachtig stond, gingen ze er helemaal voor staan en mocht ik ze op de foto zetten

Speelgoedzolder

Op zolder staat een van de grootste collecties oud speelgoed. Voor een deel is deze bijeen gebracht door de Vereniging Oud Dordrecht.Het is een gevarieerde collectie met poppenhuizen, winkeltjes, tinnen figuren etc.Poppenhuizen waren destijds niet als speelgoed voor kinderen bedoeld maar rijke dames richtten voor hun plezier deze huizen in met miniaturen gemaakt door echte meubelmakers, zilversmeden en andere vaklieden.

De jonge prinses Juliana, geboren in 1909 stond model voor deze pop uit 1912. De kop is van ongeglazuurd porselein ofwel biscuit.

Ik keek mijn ogen uit hier op zolder.Ik hou hier wel van. Het deed mij denken aan mijn oud tante Fijgh, de ongetrouwde zus van mijn opa, die altijd in het ouderlijk huis tegenover mijn opa en oma bleef wonen. Als kinderen gingen we vaak bij haar spelen, met het antieke speelgoed wat zij nog had van de 13 broers en zussen van mijn opa. Veel leek op het speelgoed wat ik hier op zolder terug zag. Haar collectie is geschonken aan de Historische vereniging van Barendrecht en wordt tentoongesteld in museum D’Ouwe school in Barendrecht. Ik moet daar ook snel eens heen.

Tot zover de blogs over het Huis van Gijn. Ik vond het de moeite waard om het te zien!